Burgemeester Pechtold bij DES: ‘Liever drie kleinere clubs met een eigen karakter dan één gigant’ 

Burgemeester Alexander Pechtold bracht zaterdag 26 september een bezoek aan c.k.v. DES op sportpark Biesland. Terwijl op het sportpark de jongste korfballers actief waren, sprak hij met het bestuur en de technische commissies over de groei van de oudste korfbalvereniging van Delft, de belangrijke rol van vrijwilligers en de uitdagingen waar de club de komende jaren voor staat. 

Voor Pechtold was het niet zijn eerste bezoek aan sportpark Biesland. Deze zomer was hij er al tijdens de Delftse Vakantieactiviteiten. “Dit is natuurlijk wel een heel andere setting. Nu zie je de vereniging in vol ornaat. Het ziet er heel strak en verzorgd uit”, zei de burgemeester. 

Dat laatste is mede het werk van de leden zelf. Afgelopen winter werden de velden van DES vernieuwd. Vrijwilligers uit de vereniging hielpen daarbij onder meer met sloopwerkzaamheden, bouwtechnische plannen en allerlei hand- en spandiensten. 

De vereniging, opgericht in 1919, maakt een periode van groei door. Afgelopen seizoen promoveerde DES voor het eerst in de clubgeschiedenis naar de Overgangsklasse in de zaal. Ook het ledental neemt toe, met vooral een flinke aanwas bij de jeugd. 

“We hebben eigenlijk een luxeprobleem”, zegt DES-voorzitter Arco Valkenburg. “We hebben liever de uitdaging om de groei te managen, dan dat er te weinig nieuwe aanwas is. We prijzen ons vooral gelukkig dat ouders en kinderen ons weten te vinden en waarderen om de vereniging die we zijn.” 

Die groei zorgt tegelijkertijd voor een uitdaging. Bij DES worden veel jeugdtrainingen gegeven door spelers uit de eigen selectie en oudere jeugd. Sommigen staan al op hun vijftiende of zestiende voor een groep. Om hen te ondersteunen, koppelt de vereniging jonge trainers aan meer ervaren begeleiders. 

Daarnaast ontwikkelde DES een jeugdplan. Daarin staat niet alleen het aanleren van korfbal centraal, maar ook de ontwikkeling van spelplezier en de stap naar competitief spelen. Het plan moet trainers houvast geven op zowel korfbaltechnisch als pedagogisch vlak. 

“Daar hebben mensen uit de hele vereniging aan bijgedragen: jonge en ervaren trainers, maar bijvoorbeeld ook leden die in het onderwijs werken”, aldus Valkenburg. “Het resultaat is een concreet en duurzaam plan waar iedere trainer mee uit de voeten kan, ook een ouder die zich aanmeldt om training te geven.” 

Juist die vrijwilligers zijn onmisbaar voor een vereniging als DES. Pechtold herkent hoe lastig het kan zijn om mensen structureel aan een club te binden. Zijn eigen zoon volleybalt en zelf wil hij best eens bijspringen. “Maar structureel vrijwilliger zijn, dat vraagt veel van je”, zei hij. 

Hij ziet daarbij ook bredere maatschappelijke ontwikkelingen. Jongeren brengen veel tijd door op hun telefoon, en de vanzelfsprekende sociale betrokkenheid bij een vereniging staat meer onder druk dan vroeger. 

Tijdens het bezoek kwam ook de positie van DES binnen het Delftse korfbal ter sprake. Delft telt met DES, Excelsior en Fortuna drie korfbalverenigingen, ieder met een eigen karakter. Toch zoeken de clubs elkaar op. Zo werken ze samen rond onder meer schoolkorfbal en de GIGA Kangoeroedag, waarmee jonge kinderen kennis kunnen maken met de sport. 

Volgens Pechtold is juist die combinatie waardevol. “Ik heb liever drie kleinere verenigingen dan één gigant, in het belang van de Delftse sport. Ik vind het sterk dat elke vereniging ergens anders voor staat, zodat iedereen op zijn eigen niveau de sport kan beoefenen die hij leuk vindt.” 

Voor DES ligt er de komende jaren ook een concreet huisvestingsvraagstuk. De vereniging speelt op het veld in Delft, maar maakt voor de zaalcompetitie gebruik van een sporthal in de gemeente Midden-Delfland. Die hal wordt gesloopt, terwijl er voor DES nog geen passend alternatief beschikbaar is. 

Er zijn wel nieuwe sporthallen gepland, maar tussen de sloop van de huidige hal en het moment waarop nieuwe zaalruimte beschikbaar komt, dreigt naar verwachting een periode van één tot twee jaar te ontstaan. DES volgt die ontwikkelingen nauwgezet en wil met de betrokken gemeenten in gesprek over een oplossing voor die tussenperiode. 

Voor de vereniging is voldoende zaalruimte belangrijk om leden te behouden, de groei van de jeugd op te vangen en sportief verder te kunnen bouwen. Juist nu de club groeit, de velden zijn vernieuwd en DES voor het eerst de Overgangsklasse heeft bereikt, wil de vereniging voorkomen dat een tekort aan zaalruimte die ontwikkeling afremt.